Teakhout is een houtsoort wat veelal uit Azie komt. Het kenmerk van teak is dat het een vettige houtsoort is, zeer geschikt voor buitengebruik zonder dat het behandeld is. Door de vettige structuur moet er wat meer aandacht worden gegeven in de keuzes van afwerking, niet alle lakken zullen geschikt zijn, wat zich pas op een wat langer termijn vertaald. Teak is een relatief bonte houtsoort, er zit veel kleur in het hout zelf. Teakhout is makkelijk onbewerkt toe te passen, zowel binnen als buiten het huis. Het hout is in langere lengtes te verkrijgen. Indonesië is momenteel de grootste producent van teakhout. Het teak is echter geen originele houtsoort van Indonesië. Boedistische monniken hebben óngeveer 700 jaar geleden de boom geïntroduceerd in Indonesië. Tijdens de Nederlandse periode werden er plantages aangelegd die heden ten dage nog steeds worden gebruikt voor de productie van het hout. De botanische naam is: Tectona grandis. Voor alle eigenschappen van het hout kunt U het beste het houtvademecum raadplegen.
Het meeste commerciële hout wordt gezaagd uit de stam van de boom. Sommige grotere delen kunnen ook worden verdeeld in blokken, maar het tak gedeelte heeft meestal asymmetrische groeiringen en dat geeft instabiel hout, het hout is warrig en scheurt gemakkelijk.
Dit instabiele hout wordt groeit in delen van de boom die niet horizontaal groeien.
Bij de zachtere houtsoorten is de groei voornamelijk aan de onderkant van de stam en dat geeft hout wat voornamelijk druk kan hebben (belastbaar in de lengte van de stam), bij hardhout bomen is de groei aan de bovenkant en heeft meer buigzame kwaliteiten (belasting loodrecht op de stam).
Gekapte bomen worden gezaagd in stammen of stompen en worden vervoerd naar de lokale zagerijen voor de omzetting in ruw gezaagd hout, wat er overblijft worden meestal gebruikt voor papier en houtvezelplaten of vezelproducten. Export van hout kan gaan in zijn geheel (boom) of afgekorte delen, of beide. Maar de producenten van bepaalde exotische hardhoutsoorten, zoals Maleisië, Indonesië, de Filippijnen en Brazilië, doen alleen handel in gezaagd hout.
Dat is om hun bossen te beter te beschermen en ook de werkgelegenheid voor hun eigen bevolking te waarborgen en het is een toename van de inkomsten.
De beste kwaliteit stammen met grote uniformiteit in samenstelling zijn de duurste delen en worden meestal gebruikt om fineer te maken.
Zagen:
Tegenwoordig worden de meeste stammen gezaagd door lintzagen of cirkelzagen.
Voor het machinale tijdperk werd gezaagd met de hand, met behulp van de pitsaw techniek. Een grote twee-man’s zaag werd gebruikt met één zager in een kuil onder de stam (de pit) en de andere staand op de stam. Met duwen en trekken van de zaag werd de stam geleidelijk omgezet naar planken en balken.
De belangrijkste moderne zaagmethoden zijn dosse zagen en kwartiers zagen.
De dosse gezaagde plank heeft als kenmerk dat de jaarringen (te zien bij het kopse einde van de plank) in een hoek van minder dan 45 graden liggen naar de bovenzijde van de plank.
Kwartiers-gezaagd hout heeft als kenmerk dat de jaarringen (te zien bij het kopse einde van de plank) in een hoek van meer dan 45 graden liggen naar de bovenzijde van de plank.
Binnen deze beide categorieën kunnen andere termen worden toegepast. Met name het dosse gezaagde hout kan verder verfijnt worden aangegeven, in Amerika gebruikt met aanduidingen in dosse met hoeken tussen 0 en 30 graden en vanaf 30 tot 60 graden.
“Echt” kwartiers gezaagde delen zijn radiaal gezaagd met de jaarringen loodrecht op de plank.
Bij dosse gezaagde planken krijg je de mooie vlammen van het hout te zien, bij kwartiers gezaagd is die structuur veel vlakker.
In de regel heeft kwartiers gezaagd hout het minste last van kromtrekken (de plank zelf), maar is duurder.
Bij de zagerij wordt bepaald hoe de stam het beste kan worden gezaagd. Daarmee wordt bedoeld dat afhankelijk van de vraag van de klant (dosse of kwartiers) de stam op een bepaalde manier wordt geleid langs de zaag om een zo hoog mogelijk rendement te krijgen.